|
Patenten: delicaat maar noodzakelijk Een patent of octrooi aanvragen voor het Internet: delicaat maar noodzakelijk. De Europese bedrijven moeten zich haasten om hun technieken te laten registreren. Er is veel te doen over de toekenning van patenten (of octrooien, in goed Nederlands) voor technieken die op het Internet gebruikt worden. Een octrooi is een door de overheid aan een persoon of aan een vennootschap toegekend exclusief recht (gedurende zekere tijd) tot het maken of verkopen van een industrieel produkt, het exploiteren van een uitvinding. Een patent moet dus een uitvinding beschermen. Uitvindingen zijn o.a. nieuwe en nuttige processen, machines, de vervaardiging of samenstelling van materie, of elke nieuwe en nuttige verbetering van al het vorige - met andere woorden: haast al het nieuwe dat door de mens gemaakt wordt, en het proces om dat product te maken kan gebreveteerd worden. Er kan geen octrooi genomen worden
op natuurwetten, fysische fenomenen en abstracte ideeën. Een patent
kan niet verkregen worden op een idee of suggestie. Wanneer een patent
toegekend wordt, heeft de patenthouder het recht om anderen te verbieden
om de uitvinding te maken, gebruiken, te koop aan te bieden of te verkopen
in de regio waar het octrooi toegekend werd. Tot zover de principiële
bepaling van wat een octrooi is of zou moeten zijn. In de praktijk is er,
mede onder invloed van computertechnologie maar vooral het Internet, het
een en ander drastisch gewijzigd.
Enige tijd terug heeft een Amerikaans rechter in kortgeding beslist dat Barnes & Noble een verkoopstechnologie, die ontwikkeld en gepatenteerd was door Amazon.com, niet mag gebruiken voor zijn on line winkel. Deze techniek, one-click, laat (reeds geregistreerde) klanten toe om een product met één enkele beweging te bestellen, vermits de verkoper (Amazon.com) al over de vereiste gegevens van de koper beschikt (kredietkaartnummer, adres, enz). Barnes & Noble, een van de belangrijkse klassieke 'bakstenen' boekenketens in de V.S., wou dezelfde techniek toepassen om zich ook te lanceren in de boekenverkoop via het Internet. Maar de rechter heeft in kortgeding anders beslist. Een definitieve beslissing zal waarschijnlijk pas over enkele maanden volgen. Ondertussen zal Amazon zijn boeken, CD's en andere massaprodukten in grote hoeveelheden blijven verkopen, terwijl Barnes & Noble zich gedwongen ziet de gewonere verkoopstechnieken op het Internet toe te passen. En het is geweten dat veel potentiële kopers halverwege hun bestelling afhaken omdat zij zoveel stappen moeten doorlopen vooraleer hun bestelling te kunnen voleindigen. Indien Amazon in het gelijk gesteld wordt, zal B&N royalties moeten betalen wil het de 'simpele klik'-technologie blijven toepassen. Deze betwisting is slechts één voorbeeld van wat het Internet in zijn doos van Pandora heeft zitten. In het proces tussen Priceline.com en Microsoft gaat het om een soortgelijke zaak. Priceline heeft namelijk een patent gedeponeerd dat betrekking heeft op zijn activiteit: omgekeerd bieden. De koper zelf bepaalt de prijs die hij bereid is om voor een produkt neer te tellen. Indien de verkoper die prijs accepteert, wordt de verkoop afgesloten. Microsoft heeft voor zijn Expedia reis-site een gelijkaardige techniek: de reiziger bepaalt welke prijs hij bereid is te betalen voor bijvoorbeeld een hotelkamer; is de hoteleigenaar akkoord, dan wordt de kamer geboekt. Priceline vindt dat Microsoft deze techniek afgekeken heeft, en spant een proces in tegen Microsoft. Zowel B&N als Priceline krijgen veel kritiek op de wijze waarop zij hun patent willen vrijwaren. Sommigen vinden dat het onterecht toegekend werd. In hoeverre was Amazon inventief? Heeft Priceline niet eerder een idee gepatenteerd dan een technisch procédé? De definite van een patent is voor concrete zaken goed afgelijnd, maar onder invloed van het Internet lijkt die definitie af te kalven. In het geval van de betwisting Amazon-B&N, hebben de advokaten van B&N beklemtoond dat Amazon niets nieuws uitgevonden heeft; B&N heeft aangetoond dat er een aantal andere sites diezelfde techniek ook toepassen, en dat lang voor Amazon. De rechtbank heeft deze argumenten verworpen, en heeft geoordeeld dat Amazon een techniek op punt gesteld die een belangrijke evolutie vertegenwoordigt, namelijk het uitschakelen van een aantal tussenstappen. Niet te verwonderen dat het proces heel wat beroering veroorzaakt heeft in de Internet-wereld, al was het maar omdat het een precedent schept. Ontelbare bedrijven hebben interessante technieken ontwikkeld op het Internet die zij niet met patenten beschermd hebben, en waarvan zij niet kunnen aantonen dat zij de eerste waren om die techniek op de markt te brengen. Aan beide processen dienen enkele bedenkingen toegevoegd. Eerst en vooral is er de volgens sommigen roekeloze manier waarop patenten toegekend worden zodra het om Internet-technologie gaat. Een patent zou intellectueel eigendom van een uitvinding, een vernieuwing, moeten beschermen, maar critici menen dat er teveel patenten verleend worden aan dingen die in het dagelijkse leven doodnormaal zijn, maar die plots baanbrekend zijn wanneer ze naar het virtuele bestaan getransponeerd worden. Onderhandelen over de prijs van een hotelkamer, een aankoop versnellen, is dagelijkse kost. Maar dan komt er software bij aan te pas, en plots wordt er gesproken van een 'nieuwe' uitvinding. Ook het nieuwe patent dat Amazon bedongen heeft -het toekennen van een commissie aan de persoon/het bedrijf die de klant doorstuurt- is enkel een technologische uitwerking van wat in het dagelijkse leven schering en inslag is. Je kan het in het belachelijke trekken. Waarom geen octrooi nemen op de kleur van de achtergrond van een website? Nochtans is dat niet eens zo vergezocht. Belgacom heeft onlangs een proces ingespannen -én gewonnen - waardoor andere telecom-operators een bepaalde kleur blauw niet meer mogen gebruiken. Anderzijds is het deponeren van een brevet op zich niet verwerpelijk. Wanneer iemand een brevet deponeert, moet elkeen die van dezelfde technologie/techniek gebruik wil maken, een zeker bedrag aan royalties betalen aan de brevethouder. Het is dus heel belangrijk dat wie écht iets wezenlijks vernieuwend uitgevonden heeft, zijn rechten beschermt door die vernieuwing te patenteren. Voor beginnende bedrijven is een patent soms het enige actief waarover ze beschikken, en hebben ze er alle belang bij dat te beschermen. Men kan zich natuurlijk de vraag stellen of het aanvragen van al die octrooien niet de ontwikkeling van het Internet belemmert. Het hele Internet is uiteindelijk toch ontstaan uit een gezamenlijke inspanning, het 'wij'-idee, alles moet voor iedereen toegankelijk zijn. En dus zeker technologieën die het elektronisch zakendoen vergemakkelijken, en -zoals in het geval van de simpele-klik- erg bevorderen. Wat te denken van de claim van Geoworks waarover IBS eerder berichtte, die beweert dat het WAP gebaseerd is op zijn patent voor een 'soepele gebruikersinterface voor mobiele communicatietoestellen' en een licentievergoeding wil voor elk gebruik van de WAP-standaard? Als een rechter zou oordelen dat de claim gegrond is, komt de hele ontwikkeling van het mobiele Internet zoals het nu ontworpen is, op losse schroeven te staan. Er is ook nog een territoriaal aspect aan de toekenning van patenten. Tot hiertoe was een patent beperkt tot het territorium waarvoor het aangevraagd werd, gewoonlijk Europa, Japan, of de V.S. Uit cijfers blijkt dat er van de 301.175 patenten in 1999 er 8.489 waren die verband hielden met het Internet. Daarvan waren er 3.522 toegekend aan de V.S, 1.555 aan Europese landen, 3.412 aan anderen landen. Op het gebied van patenten lijkt het erop dat de Europese bedrijven achter hun Amerikaanse collega's aanhinken, en dat zij het gevaar lopen om de boot te missen wanneer het aankomt op het ten gelde maken van hun inventiviteit. Niet alleen dat: het lijkt er zelfs op dat de Amerikaanse patenten zich geleidelijk aan in de hele wereld opdringen, zodra het woord Internet eraan te pas komt. Het Internet is immers ook op dat gebied grensoverschrijdend. De Europese bedrijven moeten zich dus haasten: de Amerikaanse patenten hebben de neiging om een norm te worden op het Internet. Voor Europese patenten gelden trouwens niet eens dezelfde regels om een patent te verkrijgen: computerprogramma's zijn niet patenteeerbaar, vermits ze onder de auteurswet vallen. Het recente initiatief van Jeff Bezos, CEO van Amazon, kan misschien een stap in de goede richting zijn. Onder druk van de vele kritiek die op de patenten van het bedrijf loskwam, pleitte hij onlangs voor een andere maatstaf voor patenten op het gebied van software en zakenpatronen. Daar zouden minder patenten, met hogere drempels moeten toegekend worden, en de duur ervan zou beperkt moeten zijn in tijd. De Internet-gemeenschap zou ook inspraak moeten krijgen: zij zouden inzage moeten krijgen in de patenten die ter tafel liggen, en zelfs bezwaar mogen indienen. Hij heeft wel duidelijk gemaakt dat Amazon ondertussen door zal gaan met het claimen van nieuwe patenten, en de bestaande octrooien zal blijven beschermen, vermits die in het belang zijn van Amazon en diens aandeelhouders. Als er een conclusie is die zich opdringt, is het wel dat de Amerikaanse bedrijven momenteel het patent-gebeuren beheersen. De Europese bedrijven (en wetgeving) moeten zich willens nillens aan de Amerikaaanse regels aanpassen en zich haasten om hun eigen uitvindingen te beschermen. Het is geen evolutie in de positieve zin, maar het is realiteit. Het proces Amazon-BN bewijst het: voortaan kan geen enkele andere site nog de één-klik-techniek toepassen. Bronnen:
IBS maart 2000
|
|||
|
|
|
|
|