|
Surfen met de portemonnee open Hilde Van Gool
Op het Internet is alles gratis.
Routeplanners, restaurantgidsen, cd-besprekingen, e-maildiensten, nieuwsberichten:
het ligt er allemaal voor het grijpen. Maar vreemd genoeg daalt het aanbod;
voor meer en meer goodies moet betaald worden. Kunnen we binnenkort nog
wel het Net op zonder onze portemonnee open te trekken?
De virtuele harde schijf van X-drive is een prachtige uitvinding: zonder extra software, gewoon via je browser, kun je er allerlei bestanden deponeren, die je dan vanop elke op het Internet aangesloten computer opnieuw kunt opvragen. X-drive is dus ideaal voor wie geregeld in een cybercafé het Internet op gaat. In het begin was deze dienst helemaal gratis, al kreeg je wel enkele reclamebanners te slikken. Maar dat is nu voorbij; voortaan betaal je er 4,95 dollar (5,77 euro) per maand voor 75 megabyte. Ook de on line encyclopedie Britannica.com kan nog alleen geraadpleegd worden tegen betaling. Als je op de homepage een zoekopdracht invult, krijg je nog wel resultaten, maar geen volledige artikels en ook niet alle lemmata. Wie de hele rimram -- reclamevrij -- wil, moet 7,50 dollar (8,74 euro) per maand of 50 dollar (58,25 euro) per jaar neertellen. Terra Lycos wil bezoekers zelfs laten betalen voor het gebruik van zijn zoekmachine. Nog enkele frappante voorbeelden.
Op de site van WinAmp had je tot voor kort gratis een virtueel 'kastje'
ter beschikking, ook een virtuele site dus, maar dan enkel voor muziekbestanden.
Nullsoft, de firma die WinAmp heeft ontwikkeld, kondigde begin deze maand
echter aan dat alle kastjes gesloten worden. Ook BookmarkSync, waar je
on line je bookmarks kunt bijhouden en synchroniseren, rekent sinds september
een bijdrage aan. Bij Yahoo moet je voortaan betalen voor de on line dating
dienst en om je oude dvd's aan te bieden op de veilingsite. Nog een dienst
die niet langer gratis is, is die van Bigfoot.com. Daar kun je een eeuwigdurend
e-mailadres krijgen, uiteraard met de mogelijkheid om alle elektronische
post die daarop binnenkomt te laten doorsturen naar je huidige adres. Vooral
voor wie regelmatig van provider verandert is zo'n forwarder erg handig.
Wie bij Bigfoot niet wil overschakelen naar een 'Premium Service', moet
genoegen nemen met de basisdienst, waarbij jouw adres doorgegeven wordt
aan allerlei marketingjongens. Wie zelf een eigen rondzendlijst had, kon
tot voor kort gebruik maken van de gratis verzenddienst van ListBot. Helaas
verdwijnt ook die dienst: meer dan 90.000 ListBot-gebruikers moeten nu
uitkijken naar een andere manier om hun boodschap gratis bij hun abonnees
te brengen. De uitstekende gratis anti-virussoftware van InoculateIT is
afgevoerd en vervangen door een professionele versie, waarvoor uiteraard
betaald moet worden.
Verscheurende keuze
Het lijkt er stilaan op dat vele
sites voor de verscheurende keuze staan: laten betalen of verdwijnen. Dat
velen aarzelen om die stap te zetten, is begrijpelijk. Geld vragen voor
informatie leidt er onvermijdelijk toe dat heel wat lezers afhaken. Waarom
zou je ook betalen voor iets dat je elders gratis kunt krijgen? Volgens
een recent onderzoek zou 77 procent van de surfers overigens niet willen
betalen voor on line nieuws, routeplanners, financiële rapporten of
andere 'gewone' informatie. Voor betere en andere content willen ze wél
betalen. Daar speelt onder andere het on line magazine Salon op in. In
een tijd waarin pop-up's en banners elke surftocht ontsieren, biedt het
magazine sinds enkele maanden een site aan waar je tegen betaling van 30
dollar abonnementsgeld de artikels kunt lezen zonder hinderlijke advertenties.
Deze premium service kent een groot succes: zo'n 20.000 abonnees hebben
zich al ingeschreven. Hierdoor gesterkt wil het magazine nu ook het nieuws
en de politieke verslaggeving reserveren voor de betalende abonnees.
Duurder niet altijd beter
Niet iedereen vindt het overigens erg dat je ook op het Internet moet betalen voor dingen die je kunt gebruiken. Je kunt stellen dat dat toch maar normaal is: voor de papieren krant leg je toch ook zonder morren geld op de toonbank? Anderen menen dat het zelfs een zegen is om te kunnen betalen voor een dienst waar je prijs op stelt. Dan heb je immers het recht om te eisen dat die dienst perfect werkt. Gratis diensten worden vaak door vrijwilligers onderhouden, en als die er met de pet naar gooien, moet je dat maar slikken. Inkomgeld vragen kan ook een barrière opwerpen tegen ongewenste elementen. Zo heeft de NOW, de National Organisation for Women, in de VS een speciale omgeving opgericht waarin je enkel tegen betaling terechtkunt. Zo tracht men vrouwenhaters die forums verstoren met seksistische slogans, buiten te houden. De free-to-fee -trend (van gratis
naar betalend) verandert hoedanook de aard van het Internet. Het wordt
professioneler, meer geldbewust, en zelfs een tikkeltje elitair. Helaas
is 'professioneler' niet synoniem met 'beter', zoals deze twee jammerlijke
voorbeelden aantonen. De site Whatis.com gaf uitstekende uitleg over computertermen
met verwijzingen naar on line documenten waar meer achtergrondinformatie
te vinden was. De site is een tijdje geleden opgekocht door Techweb, dat
IT-nieuws brengt voor bedrijven. Alhoewel Techweb 'professioneler' is,
is de informatie verarmd. De links naar de achtergrondinformatie zijn vervangen
door links naar sites waar je alleen tegen betaling terechtkunt en die
vaak verkapte advertenties zijn. Een ander voorbeeld is About.com, een
site die vroeger ruim 15 miljoen unieke bezoekers per maand lokte. Je kunt
het vergelijken met de zogenaamde startpagina's, waarbij vrijwilligers
dochterpagina's verzorgen rond verschillende onderwerpen. Om 'professioneler'
te werken heeft About.com besloten dat alle onderwerpen die níét
over e-commerce gaan, moeten verdwijnen. Zo zijn twee uitstekende bronnen
van informatie op het Internet op korte tijd verdwenen.
Toch nog hoop
We maken ons overigens sterk dat het 'echte' Internet, dat van de anarchisten en de freaks, altijd gratis zal blijven. Dat Salon betalend wordt, valt nog te verstaan, maar dat een site zoals Slashdot.org ooit entree zou vragen, is ondenkbaar. De Standaard, november 2001
|
|||
|
|
|
|
|